up send share facebook twitter linkedin

“Dit was een verhaal dat ik moest vertellen”

Gepubliceerd op 16 oktober 2013

“Crazy” noemde Marc Wiese de afgelopen periode waarin hij ongeveer elke week een nieuwe prijs won voor zijn documentaire Camp 14 – Total Control Zone en hij aan de lopende band uitnodigingen kreeg voor interviews. Ook wij zaten met een recorder en een kladblok aan een tafeltje in Kriterion in de aanslag om hem te interviewen.

Camp 14 was een grote hit op het Movies that Matter Film Festival , maar ook in de rest van de wereld vergaart Wiese bewondering. De film vertelt het unieke levensverhaal van Shin, die is geboren en opgegroeid in een strafkamp voor politieke gevangenen in Noord-Korea. Daarnaast laat Wiese ook twee voormalige bewakers van het concentratiekamp openhartig hun verhaal doen, waarin ze vertellen over de gruwelijkheden die zij hebben begaan. Hoe krijg je mensen zover om dit soort bekentenissen te doen voor het oog van de camera?

Wiese vertelt dat hij veel ervaring heeft in het werken met ‘assholes’. “Voor eerdere films heb ik gewerkt in Duitsland maar ook in Bosnië en Jeruzalem, waar ik mensen heb laten vertellen over de meest vreselijke vergrijpen. Ik weet ook niet waarom, maar ik krijg ze gewoon aan het praten.” Zijn assistent in Zuid-Korea had een van de ex-bewakers gevonden en toen ze hem ontmoetten, hebben ze vier uur beeldmateriaal opgenomen. “De helft ervan is totaal onbruikbaar omdat hij zulke wrede dingen beschrijft, het publiek zou gek worden. Mijn vertaalster moest halverwege het interview huilen omdat het haar zo aangreep en vroeg om een pauze. Ik ben toch doorgegaan, ik had hem nu aan het praten, dat moment wilde ik niet verliezen.” Wiese wilde hem niet alleen als een monster afschilderen, want ook hij is gevormd door het systeem van het leven in het kamp. Hij is naar Zuid-Korea gevlucht en heeft nu een vrouw en zoon. Om dit te laten zien heeft Wiese hem ook in zijn thuissituatie geportretteerd.

Naast het interviewen van de bewakers was het werken met Shin ook niet altijd gemakkelijk, want zoals Shin in het begin van de film ook aangeeft, wil hij eigenlijk alleen maar rust. Het is duidelijk te zien dat het opnieuw vertellen over zijn leven in het kamp een enorme uitputtingsslag voor hem is. Deze omstandigheden maakten het onmogelijk om langer dan twee uur per dag te filmen. Wiese zegt over de samenwerking dat het intens was. “Shin is gevormd door het leven in het kamp en totaal getraumatiseerd. Ik moest wel voor hem zorgen. Shin wilde meewerken aan deze documentaire onder één voorwaarde; dat we vrienden zouden worden. Dat zijn we nog steeds.”

Af en toe zien ze elkaar weer, bijvoorbeeld op het afgelopen Movies that Matter film Festival. Dit was de eerste keer dat Shin naar de film wilde kijken. Samen namen ze de prijzen in ontvangst, waarbij Shin het publiek toesprak. Hij vertelde dat hoewel zijn familie niet meer leeft, hij strijdt voor de gevangenen in de kampen. Dat zijn er vandaag de dag nog steeds meer dan 200.000.

Wiese zegt geen missionaris te zijn. “Mijn film heeft geen boodschap, ik wil gewoon een verhaal vertellen. Het is geen mensenrechtenfilm, het is een film over mensen die gevormd zijn door een systeem.” Toen hij in Vietnam was las hij op de voorpagina van een krant over het verhaal van Shin en wist binnen één minuut dat hij hier een film over wilde maken. Om een succesvolle filmmaker te worden heb je volgens Wiese ook niet veel meer nodig dan dat. “Je moet een verhaal hebben dat je wilt, nee móet vertellen. Je moet bezeten zijn.”

Daarnaast wilde Wiese ook vragen oproepen met zijn film. In sommige opzichten vindt hij onze moderne samenleving erg cynisch. Aan de ene kant vindt hij dat we ontwikkeld en technologisch vooruitstrevend zijn, maar tegelijkertijd gebeuren er op andere plekken vreselijke dingen die we vervolgens via google earth gewoon kunnen bekijken – zonder dat we er iets aan doen. Wiese zegt over Shin dat hij ‘een spiegel is voor onze samenleving’.

Natuurlijk wilden we ook weten hoe het nu met Shin is. Over deze vraag moet Wiese even nadenken. “Aan de ene kant gaat het goed, heeft hij even een vriendin gehad en werkt hij voor een ngo die opkomt voor mensenrechten in Noord-Korea. Aan de andere kant is hij natuurlijk nog steeds totaal getraumatiseerd. Het blijft een bizarre situatie. Misschien ga ik ooit nog wel een tweede film over Shin maken.”

Lees hier meer blogs van Movies that Matter.