up send share facebook twitter linkedin

De wet van druktemakers

Gepubliceerd op 23 juni 2015

Een tijdje geleden zag ik een uitzending van Oog in oog van Sven Kockelman met als tafelgast Rachid El Ghazaoui, beter bekend als Appa. Het gesprek begint met een provocerende tweet van Appa en gaat vervolgens over zijn statement dat de strijders van Hamas helden zijn. In een bizarre strijd over wie er gelijk heeft leggen ze elkaar stellingen voor en stellen ze vragen maar reageert eigenlijk niemand op de ander. Zo kan Kockelman zonder blikken of blozen zeggen dat volgens hem Israël de staat Palestina heeft erkend, zonder dat Appa daar ook maar enigszins op ingaat om deze onzin te weerleggen. Een gemiste kans voor het programma en voor de waarheid, want doordat ze alleen maar hun eigen zegje willen doen worden er helemaal geen argumenten getoetst, terwijl dat toch de toegevoegde waarde van zo’n programma moet zijn.

Tijdens het kijken van de uitzending vroeg ik me steeds af: waarom zit Appa daar? Niet vanwege zijn uitgebreide kennis over de bezetting van Palestina; die reikt niet zo ver. Ook niet omdat hij vanuit een verfrissende of interessante invalshoek naar de situatie kijkt; ik ken veel mensen die daar zinnigere dingen over zouden kunnen zeggen. Toch zit híj daar. Waarom? Vanwege het feit dat hij een opinie- en druktemaker is. Dus omdat hij vaak in niet mis te verstane bewoordingen zijn mening geeft, wordt hij uitgenodigd om dat nóg een keer te doen.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen Appa of tegen opiniemakers in het algemeen, maar ik vind het zo jammer dat het steeds dezelfde mensen zijn die een podium wordt aangeboden. Bescheidenheid is een eigenschap die bestraft lijkt te worden. Bluf en kapsones worden des te meer gewaardeerd. “Hij zit daar toch maar mooi,” wordt er dan gezegd. Dit fenomeen is niet alleen terug te zien in de media, maar wordt meer en meer een trend van onze samenleving in zijn geheel.

Dit heeft wat mij betreft veel te maken met de veelbesproken term ‘Dikke ik’ waarmee filosoof Harry Kunneman onze tijdsgeest vangt. "Het Dikke Ik heeft voor mij drie kenmerken: steeds dikker worden, jezelf dik maken en een dikke huid hebben”. Hoe dikker je je maakt hoe minder mensen om je heen kunnen en hoe succesvoller je wordt. Want dan krijg jíj die baan, dan vinden mensen dat jij tenminste durft te zeggen waar het op staat, dan schop je het tot weer een televisieprogramma.

In mijn vakgebied, islamstudies, was Hans Jansen zo iemand. Altijd wanneer er weer een kwestie te bespreken viel werd hij uitgenodigd. Hoewel het vast een verdienstelijke wetenschapper is geweest werd hij aan het eind van zijn carrière vooral bekend door zijn populistische minutes of fame op televisie en zijn wekelijkse column op GeenStijl. Tekenend is het moment bij Pauw en Witteman dat hem gevraagd werd naar gevallen van islamisering in Nederland maar waarvan hij op dat moment even geen voorbeelden kon geven. ‘Maar van islamisering is wel degelijk sprake’. Het lijkt me een verantwoordelijkheid van wetenschappers en experts zowel als programmamakers dat ze zorgen voor een divers spectrum aan sprekers en ideeën.

Dit is dan ook geen pleidooi tegen de zogenaamde ‘hufterige en egoïstische dikke-ikke mentaliteit’, maar een oproep om buiten dit paradigma te kijken, een oproep tot (her)waardering van de stille krachten, de pretentielozen en de bescheidenen. Vraag niet steeds dezelfde mensen om hun verhaal te herhalen, luister naar mensen die wat minder snel op de voorgrond treden, kijk ook naar de boodschap, niet alleen naar degene die hem verkondigt. Daarnaast is dit ook een oproep voor meer lef; voor iedereen die geen podiumbeest is, die wat minder goed uit zijn woorden komt, die wat minder hoog van de toren blaast. Valse bescheidenheid is niet alleen een belemmering voor jezelf maar ook een gemis voor de mensen die die boodschap wel moeten horen.