up send share facebook twitter linkedin

Een andere benadering

Gepubliceerd op 18 september 2013

De afgelopen paar maanden is er actief campagne gevoerd tegen de anti-homosentimenten in Rusland. En helaas blijft het niet slechts bij sentimenten, want in rap tempo zijn er ook wetten aangenomen, bijvoorbeeld de wet die het verbied om homofilie te propageren.

Velen hebben de aankomende Olympische Spelen in Rusland in 2014 aangegrepen om druk te zetten op de Russische regering om deze wetgeving te herzien. Rusland echter, en dit geldt zowel voor de regering als de bevolking, zit helemaal niet te wachten op bemoeienis van het Westen. Het Westen is in dit geval slechts een handjevol landen waar een gelijkere behandeling voor homo’s wordt voorgeschreven. Ik wil hiermee niet zeggen dat, omdat we maar met weinigen zijn, we niet mogen uitspreken waar wij voor staan, maar wel dat we ons moeten beseffen dat een gelijke behandeling voor homo’s nog lang geen vanzelfsprekendheid is op wereldschaal.

Ter wereld zijn er meer dan 80 landen met anti-homowetgeving, met straffen variërend van gevangenisstraf tot zelfs de doodstraf. In het Midden-Oosten en Afrika zijn er veel van deze landen. In Afrika zijn er 38 landen met wetten tegen homofilie, in Uganda en Liberia kun je zelfs worden opgepakt als je er homo-achtig uitziet. In veel andere landen is er geen duidelijke wetgeving, maar dat betekent in de praktijk vaak dat homo’s ongestraft gediscrimineerd worden.

Een pressiemiddel tegen Rusland is het boycotten van de Olympische Spelen, waar Poetin zich waarschijnlijk niets van zal aantrekken en tegelijkertijd zijn sommige Russen verbolgen over de bemoeizucht. Tot nu toe hebben de acties nog niet het beoogde effect behaald, juist de laatste tijd ontstaan er her en der knokploegen die homo’s in elkaar slaan.

De VS hebben gedreigd met het stopzetten van ontwikkelingshulp voor Afrika, maar ook dit heeft negatief effect gehad. Zo zegt een dokter in Uganda: ‘Ik had eigenlijk nooit zo’n probleem met homo’s. Maar nu ik gehoord heb dat het Westen wil stoppen met ontwikkelingshulp, met het helpen van de allerarmsten, puur omdat we het niet met hen eens zijn, ben ik perplex. Ik denk dat ik de anti-homowet ook maar ga steunen.’

Zowel de religieuze achtergrond van landen en mensen als de koloniale geschiedenis zorgen ervoor dat de les gelezen worden een gevoelig onderwerp is. Veel Afrikanen vinden homoseksualiteit onchristelijk, veel Moslims onislamitisch. Ideeën opleggen of met dreigementen komen is volgens mij dan ook niet de oplossing. Wat volgens mij effectiever zou zijn, is praten met regeringsleiders, begrijpen wat de religieuze motieven zijn tegen homofilie en proberen ze te overtuigen van andere denkbeelden. Bijvoorbeeld de overtuiging dat homoseksualiteit niet zondig is in de Islam, zoals de ‘roze imam’ Mushin Hendricks uit Zuid-Afrika dat uitdraagt, of het christelijke idee dat ieder mens beeld van God is.

Tijdens het werken aan mijn scriptie over de relatie tussen religie en ontwikkeling kwam ik dit citaat tegen: ”Religion is what guides people’s lives. Considering it as irrelevant, or as ideological indoctrination which has to be counteracted, is a strategy which is likely to jeopardize development efforts, if not fuel conflict”.* Ook bij mijn onderzoek in Indonesië ben ik erachter gekomen dat je veel meer kunt bereiken als je uitgaat van de religieuze motieven van mensen en kijkt naar oplossingen vanuit hun belevingswereld.

Op deze manier blijf je in dialoog, neem je elkaar serieus en ligt de oplossing dichter bij de mensen zelf. Dit zou volgens mij een betere en duurzamere oplossing zijn. Zowel voor homo’s als voor de verhoudingen tussen landen, met name tussen het Westen en andere landen.

*Denuelin, S. en Bano M., Religion in development, 2009, p25.