up send share facebook twitter linkedin

Een NGO in Libanon, hoe ziet dat eruit?

Gepubliceerd op 12 juli 2015

Een autorit van een kleine twee uur vanuit Beirut naar de Beqaavallei brengen me naar een boerderij in Tanail. Ver van huis geven ze me een broodje ‘gooda’, goudse kaas. Gemaakt op de boerderij die tevens een waterzuiveringsinstallatie en een plastic reclysemachine huisvest, een kinderboerderij is, bio-pesticides produceert voor de verkoop en een lunchroom uitbaat. Deze boerderij is een coöperatief project van Arcenciel, één van de grootste Libanese NGO’s. Deze boerderij is slechts één van hun vele projecten; ze hebben programma’s in the thema’s landbouw, werk, milieu, gezondheid, mobiliteit, jeugd, toerisme en maatschappij. Twee van hun medewerkers - Marc en Mathilde - namen me mee naar de vallei gelegen tussen de Libanese en Syrische bergen om te laten zien wat ze hier organiseren.

Arcenciel organiseert uitstapjes naar de boerderij voor kinderen om ze meer over de natuur en het milieu te leren. Opvallend was dat van al hun bezigheden, dit vrijwel het enige aspect aan de boerderij was dat ik zou kunnen scharen onder de bezigheden van een NGO zoals ik ze uit Nederland ken. Eventueel een andere aspect is dat er aardig wat Syriërs werken om ze te helpen een bestaan in Libanon op te bouwen. De overige activiteiten hebben wat mij betreft meer weg van commerciële bedrijvigheid. Lunches worden verkocht aan bezoekers, plastic wordt verkocht aan fabrieken, en met de bio-pesticiden verwachten ze ook veel inkomsten (mij werd verteld dat het de enige installatie is in het Midden Oosten).

Maatschappelijke organisatie, NGO of bedrijf?

Zoals het op mij overkwam waren zij tegelijk een soort maatschappelijke organisatie, een NGO en een bedrijf ineen dus ik vroeg me af hoe zij dat zelf zagen. Marc, hoofd van de landbouwafdeling van Arcenciel vertelde me dat je zijn organisatie het best kan zien als een social entrepreneurship. Alle inkomsten die zij genereren worden in sociale en maatschappelijke projecten gestopt die juist geld kosten; onder andere opvang voor verslaafde jongeren, begeleiding van gehandicapten en een circusschool. Met de opbrengst van 14 uur verhuur van paarden wordt 1 rolstoel bekostigd. Aan het eind van de middag liet Marc me een krantenartikel zien waarin stond dat Arcenciel de prijs had gewonnen als beste - inderdaad - Social Entrepreneurship in de MENA regio (Middle East and North Africa). Projecten van een bedrijf, een maatschappelijke of culturele organisatie in Nederland, vallen hier onder de verantwoordelijkheden van een NGO. Zo ga ik volgende ook op bezoek bij een theaterschool in Sour (zuid Libanon) die gesteund wordt PAX, als onderdeel van de vredesopbouw.

In een land waar maar weinig belasting betaald wordt, waar nauwelijks vertrouwen is in de overheid en niemand iets van hen verwacht nemen NGO’s een grote en belangrijke plaats in. Voor een gezonde samenleving en een duurzame ontwikkeling wordt door de bevolking meer gerekend op het werk van NGO’s. Om al hun werk te kunnen blijven doen heeft Arcenciel veel projecten opgezet waar ze ook geld mee kunnen verdienen. Maar liefst 66% van hun budget wordt binnengebracht via eigen inkomsten, de rest via fondsen (30%) en donaties (4%).

Moraal van het verhaal

Opvallend is dat projecten die hier worden ingezet als onderdeel van duurzame ontwikkeling en vredesopbouw, in Nederland maatschappelijke en culturele initiatieven zijn waar de laatste jaren juist vooral op is bezuinigd. Zo bloeit het circus van Arcenciel als nooit te voren door kinderen van verschillende sociale, culturele en religieuze groepen bij elkaar te brengen, terwijl de circusschool Elleboog in Amsterdam wellicht haar deuren moet gaan sluiten na een totale stop van subsidie. Dit is slechts een van de vele voorbeelden die ik zou kunnen geven. Het zou denk ik geen kwaad kunnen meer na te denken over het belang van dit soort organisaties in Nederland en keuzes te maken die bijdragen aan een samenleving met mensen die elkaar vertrouwen, respecteren en samen gelukkig kunnen zijn.