up send share facebook twitter linkedin

Gezichten van Beirut deel I: Ahmad

Gepubliceerd op 21 juli 2015

Elke dag als ik op school aankom staat Ahmed achter de receptie, een vrolijke dertiger die altijd in is voor een praatje, of om ons te helpen met Arabisch. Hij spreekt goed Engels, want hij studeerde Engelse Literatuur op de universiteit in Kamishli in noord Syrië. Hij heeft zijn familie uit Aleppo aan het begin van de oorlog helpen vluchten naar Libanon, maar zelf wilde hij koste wat kost zijn studie afronden. In Kamishli was het redelijk rustig dus is hij daar gebleven. Als hij vakantie had bezocht hij zijn familie in Beirut en zocht hij een baantje om wat bij te verdienen. Tot 2014 is hij heen en weer blijven reizen, totdat zijn moeder hem uiteindelijk smeekte hier te blijven.

Op dit moment zijn er nagenoeg 1,2 miljoen geregistreerde Syrische vluchtelingen in Libanon, wat neerkomt op ongeveer een kwart van de bevolking van Libanon. Daarnaast zijn er nog andere vluchtelingen die het land herbergt, onder andere uit Iraq=k, Sudan, en Palestina. In vergelijking met Nederland zou dat neerkomen op zo’n 4 miljoen vluchtelingen die we zouden moeten huisvesten. Omdat Libanon geen officiële vluchtelingenkampen toestaat, wonen veel Syriërs in zelf geïmproviseerde kampen. De meer fortuinlijke hebben hier werk gevonden en kunnen het zich veroorloven een appartement te huren. Zo iemand is Ahmed.

Ahmed had een tante in Beirut die hier al veel langer woonde en zijn familie heeft geholpen hier een bestaan op te bouwen. Samen met zijn ouders, broers en zussen wonen ze in een appartement in Hamra, een islamitische wijk in het centrum van de stad. Ahmed beschouwt zichzelf niet als een vluchteling: “We huren hier een appartement en we hebben werk. Het enige verschil met de vele expats die hier zijn is dat wij niet terug kunnen, want Aleppo is compleet verwoest. Eén van mijn broers woont daar nog. Hij wilde niet weg, maar eigenlijk kun je daar niet leven.” Toch is dat ‘niet terug kunnen’ niet zo statisch al het lijkt. Andere Syriërs vertelden me dat ze nog regelmatig teruggaan naar Damascus om familieleden te bezoeken. “Het is een heel gedoe want de grenzen worden streng bewaakt, maar het is zeker mogelijk”.

In Libanon is het echter ook niet gemakkelijk. De overheid maakt het vluchtelingen erg lastig, bijvoorbeeld doordat ze een Libanese sponsor moeten vinden om hun verblijfsvergunning te kunnen verlengen. Ahmed vertelt dat je het ook kan laten verlengen door de VN maar dat je hier dan officieel niet meer mag werken. Zijn broers konden geen sponsor vinden dus zij verblijven hier nu illegaal. Niet alleen de overheid is een probleem. “Ook de mensen hier mogen ons niet. Ik weet niet of ik het ze kwalijk kan nemen, maar dit is wel hoe het is.”

Veel vrienden heeft Achmed hier niet, met Libanezen gaat hij eigenlijk helemaal niet om. Veel tijd voor vrienden heeft hij ook niet want hij werk 6 dagen per week omdat hij als Syriër maar een half loon verdient. Soms gaat hij voetballen of iets leuks doen met internationale studenten die hij heeft leren kennen op zijn werk, of wandelt hij over de corniche langs de kust van Beirut. Hij droomt ervan verder te kunnen studeren, hier in Lebanon of in Europa.