up send share facebook twitter linkedin

Hoe veranker je mensenrechten in verschillende culturen?

Gepubliceerd op 12 november 2013

Vaak worden culturele en religieuze opvattingen gezien als een rem op ontwikkeling. Vanuit westerse waarden geformuleerde mensenrechten laten zich ook niet altijd even makkelijk inbedden in andere culturen. Voor succesvolle sociale ontwikkeling is meer aandacht voor de religieus-culturele context van ontwikkelingslanden van groot belang.

Ontwikkelingssamenwerking is gericht op het verbeteren van de levensstandaard van mensen in ontwikkelingslanden. Hierbij ligt de nadruk voornamelijk op sociale en economische verbetering, zoals onderwijs, infrastructuur en economische ontwikkeling. Bij sociale ontwikkeling komen vaak ook mensenrechten om de hoek kijken. Zo staat er in de Universele Verklaring van de Mensenrechten: ‘iedereen heeft recht op educatie’, en ook: ‘iedereen heeft recht om te werken’. Echter, ‘De meest dringende taak is mensenrechten verankeren in verschillende culturen,’ zo stelt Bas de Gaay Fortman, een wetenschapper in het veld van religie en ontwikkeling. Ik vind deze stelling mateloos interessant, maar tegelijk ook erg ingewikkeld. Met een aantal vragen probeer ik hier duidelijkheid in te scheppen.

Wat wordt bedoeld met het verankeren van mensenrechten in diverse culturen?

Bij het verankeren van mensenrechten in een cultuur worden humanitaire waarden ingebed in specifieke culturele en religieuze normen en waarden van een land, een gemeenschap of een individu. Mensen moeten er vertrouwd mee raken en het zich eigen maken. Door bijvoorbeeld mensenrechteneducatie kunnen mensen leren beseffen wat hun rechten zijn, hier naar leren leven en voor zichzelf opkomen zonder hun culturele waarden te verloochenen. Voorbeeld hiervan zijn islamitische interpretaties van mensenrechten.

Voor wie is het een taak om dit te verankeren?

Ontwikkelingssamenwerking is een term die ontwikkelingswerk en ontwikkelingshulp min of meer heeft vervangen. Deze verandering in de ontwikkelingssector geeft weer dat men wilde uitdragen dat donateurs en ontvangende landen en organisaties beschouwd worden als gelijken en samen willen werken voor een betere wereld. Dit is dus een gezamenlijke taak.

Op welke manier heeft de culturele achtergrond van een land en haar burgers invloed op ontwikkelingssamenwerking?

De voorbeelden die ik eerder noemde, het recht op werk en educatie, lijken niet heel moeilijk te verankeren te zijn. Toch zijn er mensen die vinden dat dit recht niet op iedereen van toepassing is. De strijd van Malala, het Pakistaanse meisje dat vecht voor onderwijs voor meisjes, is een extreem voorbeeld, maar zo zijn er meer culturen waarin de rol van vrouwen toch meer in het huishouden wordt gezocht. Alleen scholen bouwen heeft dan dus niet zoveel zin. Men moet met elkaar in gesprek om een attitudeverandering, en daarmee ontwikkeling te bewerkstelligen.

Hoe kan men mensenrechten verankeren?

Bij het gezamenlijk werken aan ontwikkeling kan er beter rekening gehouden worden met de verlangens en behoeften van ontwikkelingslanden. Op deze manier sluit ontwikkelingshulp beter aan. Echter, de religieuze situatie wordt hierbij vaak buiten beschouwing gelaten. Religie is vaak een bepalende factor in de menselijke identiteit en drijfveren en kan aanzetten tot het mobiliseren van grote groepen mensen. Wil je mensenrechten inbedden dan is het dus zaak om ook aan te sluiten bij de religieuze overtuigingen van mensen en bij hun het vertrouwen te wekken dat het om een positieve verandering gaat.

Wat kun je doen als culturele opvattingen botsen met mensenrechten?

Tot nog niet zo heel lang geleden werden culturele opvattingen door het Westen grotendeels genegeerd, vooral religieuze opvattingen, omdat die werden gezien als een belemmering voor ontwikkeling. Ontwikkeling werd geassocieerd met modernisering en secularisme. Om die reden betraden ontwikkelingsorganisaties vaak seculiere paden om armoede te bestrijden en een systeem voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid te implementeren. Na de jaren negentig kwam er een keerpunt in de perceptie van ontwikkelingshulp omdat bestaande initiatieven niet de beoogde resultaten behaalden. Mensen beseften dat seculiere methodes geen wondermiddel zijn en zagen dat ook op geloof gebaseerde (faith-based) initiatieven nuttig leken te zijn. Juist als culturele en/of religieuze opvattingen botsen met mensenrechten is het vaak effectiever om te proberen hier vanuit een faith-based organisatie verandering in te brengen.

Moeten mensenrechten verankerd worden in diverse culturen?

Dit is een erg interessante en controversiële vraag, denk bijvoorbeeld aan de kwestie over vrouwenbesnijdenis. Moet dit geaccepteerd worden omdat dit past binnen een bepaalde culturele of religieuze traditie, of moet men de menselijke integriteit respecteren? Veel mensen hebben hier een mening over. Sommigen stellen dat aangezien het om ‘de universele’ rechten van de mens gaat ze dus altijd en voor iedereen gelden. Anderen zijn echter geneigd, net als Fortman, ze in te bedden in de culturele en religieuze achtergrond van een land. Daarnaast zijn er ook mensen die niets willen weten van mensenrechten omdat ze westers, te liberaal en te individualistisch zouden zijn.

Zo makkelijk is het dus niet om mensenrechten in verschillende culturen in te bedden. Ten eerste is men er nog niet over uit of dat überhaupt wenselijk is en ten tweede is het best lastig om dat, als men dat inderdaad wil, voor elkaar te krijgen. Om ontwikkelingssamenwerking mogelijk te maken en te zorgen dat ze vruchten kan dragen is dialoog noodzakelijk. Tussen beleidsmakers, donoren, ontvangende landen, organisaties en belanghebbenden. Alleen zo kan ontwikkelingssamenwerking effectief zijn.