up send share facebook twitter linkedin

Mensenrechten laag in het vaandel

Gepubliceerd op 19 oktober 2015

Sinds de tweede wereldoorlog en het daarbij horende leed van alle vluchtelingen hebben Europese landen veel gedaan om de situatie en de rechtspositie van vluchtelingen te verbeteren. Voor en tijdens de oorlog klopten Joodse vluchtelingen aan voor bescherming maar werden vaak teruggestuurd, naar een gewisse dood. Sindsdien hebben individuele staten een asielbeleid ingevoerd en is het Europese vluchtelingenverdrag opgesteld en door veel landen ondertekend. Ook de universele verklaring voor de rechten van de mens heeft veel betekend voor vluchtelingen, zoals bescherming tegen een onmenselijke behandeling. Dit betekent dat een land een persoon niet mag terugsturen naar een plek waar mensen deze behandeling te wachten staat. Binnen de EU zijn er steeds meer afspraken gemaakt over gemeenschappelijk beleid om mensenrechten voor vluchtelingen te waarborgen. Mochten landen deze mensenrechten niet respecteren dan was er ook altijd nog het Europese Hof om die landen op de vingers te tikken.

Hoewel op papier alles beter geregeld lijkt te zijn, blijkt dit in de praktijk vaak helemaal niet zo goed te werken. Vluchtelingen hebben hier wel rechten, maar het wordt ze steeds moeilijker gemaakt hier te komen. Zo worden er haast geen visa en werkvergunningen meer verstrekt, kan er geen diplomatiek asiel meer aangevraagd worden, krijgen vliegvaartmaatschappijen een boete als ze mensen zonder visum aan bord nemen, en worden er hekken om de grenzen van Europa gebouwd.

De Europese Unie heeft op dit moment al met 15 aangrenzende landen, zogenaamde transitlanden, overeenkomsten voor een terug-en overnamebeleid. Hiermee probeert de EU hen verantwoordelijk te houden voor de opvang van vluchtelingen. Ook vragen ze deze landen strenge grenscontroles uit te voeren zodat vluchtelingen Europa niet binnen komen. Ook op bilateraal niveau, dus tussen landen worden dit soort afspraken gemaakt. Lange tijd had Italië een regeling met Libië dat Italië de boten die ze op de internationale water onderschepten gewoon terug konden sturen, ook wel push-back genoemd. Het Europese Hof van de rechten van de Mens heeft hierover gezegd dat dit tegen het EU-beleid ingaat en dat Italië eerst moet onderzoeken wie er op die boot zit en of zij in aanmerking komen voor een vluchtelingenstatus. Om deze regelgeving te ontduiken heeft Italië Libië geld en middelen geboden om dit voor hen te doen.

Al deze maatregelen heeft mensensmokkelaars enorm in de hand gewerkt, want hoe effectief zo’n hek ook lijkt, het aantal vluchtelingen wordt er niet minder van. Resultaat: dure en levensgevaarlijke reizen om tóch dat recht op veiligheid en een menswaardig bestaan in Europa op de zoeken.

De reactie van ons kabinet en vanuit de EU was om dan maar die mensensmokkelaars aan te pakken, ‘door hun boten te enteren en te vernietigen’. Maar nogmaals: daar neemt het aantal vluchtelingen niet door af en daarmee verbetert de situatie van vluchtelingen zich ook niet. Mijn pleidooi is dan ook om niet alleen de mensensmokkelaars aan te pakken maar vooral het beleid dat ze in hun handen drijft. Dit zou niet alleen een eis moeten zijn vanuit de linkse politiek maar van iedereen die écht om mensen(rechten) geeft, niet alleen op papier.