up send share facebook twitter linkedin

Fair Trade for All


Lisannes Blog
Boektitel
Fair Trade for All
Auteur(s)
Joseph E. Stiglitz, Andrew Charlton
Taal
Engels
Beoordeling
✩ ✩
Tags
Armoede, Geschiedenis, Macht, Ontwikkelingssamenwerking, Politiek, Wetenschap
Recenciedatum
22 januari 2014
Fair Trade for All

Fair trade for all How trade can promote development Joseph E. Stiglitz & Andrew Charlton

Idealistisch en Realistisch

In het boek Fair trade for all pleiten Stiglitz en Charlton voor eerlijkere handelsverdragen die de ongelijkheid tussen landen verminderen. Wat hier volgens hen aan kan bijdragen is het liberaliseren van de handelstarieven, zodat er minder belemmeringen zijn voor ontwikkelingslanden om producten naar het Westen te exporteren en tot de internationale markt toe te treden. Het idee dat vrije handel bijdraagt aan welvaart noemen Stiglitz en Charlton één van de meest fundamentele doctrines van de moderne tijd. Hoewel ook zij hier heil in zien, waarschuwen ze ervoor dit niet gelijk en overal toe te passen. Ze geven tal van voorbeelden waarin liberalisatie juist zorgde voor meer armoede, bijvoorbeeld omdat er in een land sprake was van een hoge mate van werkeloosheid. Ook kunnen landen zonder sterke markten, institutionalisering en verzekeringen veel minder profiteren van de vrije handel, waardoor het verschil tussen arme en rijke landen alleen maar kan toe nemen. Daarnaast kan liberalisering nooit op zichzelf zorgen voor welvaartsgroei, ook moet er worden geïnvesteerd in infrastructuur en onderwijs. De boodschap is duidelijk: liberalisatie dient een weloverwogen en doordacht proces te zijn. De auteurs positioneren zich in ‘the middle ground’. Links bevinden zich de activisten die gekenmerkt worden door een al te groot altruïsme, die te snel liberalisatie willen doorvoeren. Rechts van hen zoemen ze de anti-globalizatie beweging, die geen oog heeft voor problemen van de armste landen. De mensen hiertussen, in de middelweg, realiseren zich dat overhaaste liberalisatie schadelijk kan zijn. Zowel idealisme als realisme is nodig om meer economische gelijkheid te bewerkstelligen.

Theoretisch en Praktisch

De hoofdvraag van het boek is: ‘What would an agreement that was based on principles of economic analysis and social justice – not on economic power and social interests – look like?’ Om deze vraag te beantwoorden geven de schrijvers niet alleen theoretische economische analyses, maar ook handvatten voor sociale en rechtvaardige besluitvorming. Stiglitz en Charlton stellen dat handel goed voor is ontwikkeling. De industriële revolutie waarin Engeland vooral ook rijk is geworden van de export van de producten, maar ook opkomende economieën uit Azië gelden als argument. Landen als China en Japan zijn vooral zo gegroeid doordat export werd gestimuleerd en staatsbemoeienis zich tot een minimum beperkte. Armere landen zouden ook de kans moeten krijgen een serieuze speler te worden op de wereldmarkt. Dit laatste wordt vooral bemoeilijkt door subsidies. Zo wordt de katoenlandbouw in Amerika ondersteund met een bedrag dat zes keer zo groot is als hun budget voor ontwikkelingshulp. Stiglitz en Charlton omschrijven deze subsidies als belangrijkste en meeste directe aanleiding voor de problemen voor ontwikkelingslanden op de internationale markt. Naast deze economische argumenten voor eerlijke handel wordt ook de praktische kant belicht. De schrijvers behandelen vragen als: Hoe ziet de besluitvorming van handelsverdragen eruit? Hoe kunnen we zorgen dat dat efficiënter en eerlijker verloopt? Wat zijn andere problemen die de ongelijkheid tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden in stand houden en hoe zijn die te tackelen? De vier belangrijkste suggesties zijn dat elke overeenkomst gericht moet zijn op ontwikkeling, eerlijk moet zijn, eerlijk tot stand moet zijn gekomen en dat verdragen zich moeten beperken tot handelsovereenkomsten en ontwikkelingsvriendelijke issues.

Handelssysteem

Stiglitz en Charlton zien als basisprincipe van het internationale handelssysteem dat het ontwikkeling in armere landen moet promoten. Echter, vaak komen deze landen na ‘development rounds’ bedrogen uit. Dat ontwikkelingslanden (soms) niet gebaat zijn bij bepaalde afspraken komt volgens hun onder meer doordat er weinig studie is gedaan naar de effecten van bepaalde beslissingen. Soms lijkt een besluit ontwikkelingsland te ondersteunen maar blijken de specifieke situaties van landen dit te ondermijnen. Mogelijke oplossingen die het boek oppert is dat (ontwikkelings)landen beter kenbaar maken wat hun verlangens en behoeften zijn, zodat hier beter rekening mee gehouden kan worden, maar ook dat hier meer studie naar gedaan wordt. Naast de afspraken op zich kunnen ook de randvoorwaarden voor problemen zorgen. Zo spelen ontwikkelde landen een centrale rol in de politiek van de onderhandelingen en zijn zij erg invloedrijk in de WTO (World Trade Organisation). Een ander aspect is dat als een land zich niet aan de afspraken houdt, het voor een ontwikkelingsland veel lastiger, want duurder, is om het land aan te klagen. Als laatste, een niet te onderschatten probleem, is het zo dat ontwikkelingslanden vaak alleen al met het doorvoeren van de economische veranderging zo veel geld kwijt zijn dat er weinig winst behaald kan worden in het hele proces. Een oplossing om handel eerlijk te laten verlopen is dat er invoerbelasting worden betaald naar draagkracht. Ze beargumenteren dat alle WTO-leden (zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden) hun markten volledig open noeten stellen voor alle ontwikkelingslanden armer en kleiner zijn dan zijzelf.

Duidelijke boodschap

Zowel aan ontwikkelde landen, ontwikkelingslanden als aan de WTO geven Stiglitz en Charlton een duidelijke boodschap. Zo roepen zij het Westen op een sterker commitment te tonen in het assisteren van ontwikkelingslanden dan het tot nu toe heeft gedaan. De ontwikkelingslanden moeten herkennen wat de invloed is van handelsverdragen op hun economie en eerder moet beseffen wat het effect van ingrijpen zal zijn. De WTO zou zich moeten hervormen tot een evenwichtiger orgaan, met meer gelijke inspraak van landen en meer transparantie. Ook voor de lezer is het een duidelijk geschreven betoog. Zelfs als leek was het mogelijk de complexiteit van de argumenten en problemen te volgen, mede door de excellente schrijfstijl. Wel werd er veel gevraagd van het voorstellingsvermogen van de lezer. Als je niet thuis bent in het jargon van economen is het moeilijk te begrijpen wat er exact bedoeld wordt met grote termen als ‘staatsingrijpen’ en ‘market failures’. Daarnaast werd ook geen aandacht besteed aan het definiëren van ‘ontwikkeld’ en ‘ontwikkeling’. Door het hele boek is het Westen een synoniem voor ontwikkeld en het Zuiden voor ontwikkeling. En dit terwijl de auteurs juist zelf pleiten om onderscheid te maken tussen ontwikkelingslanden door een liberaliseringsproces op maat te maken voor elk land in plaats van een one-size fits all.